Wikia


1.(6punten in totaal)Vergelijk snelheids-krachtcurve voor skeletspier, hartspier, gladde spier. Bespreek en verklaar de verschillen en gelijkenissen . Hoe verschuift de curve bij stimulatie via vb b-AR? (2punten)

Gladde spiercel, waarom langdurige contractie met weining ATP verbruik? (2punten)

Vergelijk mechanisme van exitatiecontractiekoppeling bij hartspier en skeletspier. +3 experimentele evidenties dat CIRC (of niet) aantoont.(2 punten)

2.(8punten in totaal) A. Voltageclamp experiment, grafiek gegeven (zoals op vb examenvragen) (2punten)

B. inhibitie van Na/K ATP ase, waarom goed bij lichte inhibitie? Waarom slecht bij zware inhibitie?(2punten)

C. Aspirine bij pH2 en bij pH8 (structuurformule gegeven). Bij welke pH hoogste permeabiliteit? Geef curve van concentratieverval in f(tijd) voor beide en bespreek de relatieve verhouding van P, k en t(tijdscte).(1punt)

D. Cl- permeabiliteit/conductantie van een celmembraan (-60mV) stijgt, wat gebeurt er met de rustmembraanpotentiaal in een neuron in rust? En tijdens een AP?(1punt)

E. Wat zijn voordelen van myelinisatie. Bespreek de parameters. Wat gebeurt bij Multiple Sclerosis met verloop AP?(1punt)

F. Teken alle celfysiologische processen die instaan voor de reabsorptie van glucose (met de hoogste capaciteit) in het proximaal nierbuisje. Van lumen naar bloed. Duid bij de tekening van u cel, het apicaal membraan en basolateraal membraan aan.(1punt)

Multiple choice vragen. 6 vragen met GIS correctie (3punten) 6 vragen zonder GIS correctie (3punten). Vragen komen van overal uit de cursus en zijn redelijk toegepast. 

Heel belangrijk zijn u grafieken en schema’s