Wikia


Examenverloop:Edit

- Je schrijft 5 definitiies van elk ongeveer een halve pagina op en geeft deze af aan de assistent voor je aan de rest begint
- Je krijgt 3 grote vragen (5pt, 5pt, 3pt) die je schriftelijk voorbereidt en mondeling moet brengen bij de prof. Wanneer er fouten in je definities waren stelt ze daar nog wat bijvragen over, en ze vraagt nog wat verder door op hetgeen je hebt moeten uitleggen afhankelijk van hoe duidelijk en gedetailleerd je alles hebt verteld.

25 augustus 2017 (NM) Edit

  1. Antidiuretisch hormoon, vasa recta, alkalose, chlorideshift, mictiereflex (5p)
  2. Hoe wordt de arteriële bloeddruk geregeld? (5p)
  3. Fases van de maagzuursecretie en hoe wordt dit geregeld? (5p)
  4. Denkvraag van Farrow: Je hebt een epitheliale cel die permeabel is voor Cl- en H2O. Als je NaCl wilt transporteren van de apicale naar de basolaterale kant, welke kanalen/transporters bouw je dan in? (meerkeuze vraag van 4 opties) (Ik denk dat dit het juiste antwoord: Basolaterale Na/Kpomp, basolaterale K+-kanaal, apicale Na+-kanaal.)

+ motiveer je antwoord + bijvraag op het mondeling: wat is paracellulair transport? (3p)

(Hetzelfde examen als 23 januari 2017 NM)

24 januari 2017 (vm) Edit

  1. chemische synaps, migrerende motorcomplexen, podocyt, paravertebraal ganglion en nog iets
  2. Ventriculaire myocyt, AP uitleggen, hoe gestimuleerd en hoe dit leidt tot de hartcyclus.
  3. Pancreas, functie, controle en fasen.
  4. Redeneringsvraag over carotislichaampjes.

24 januari 2017 (nm) Edit

  1. Aldosteron, EPO, Catecholamines, EZS, Acidose
  2. CO2 transport in bloed en belang in zuur-base-balans
  3. Vertering en absorptie van lipiden
  4. Oef van Farrow: Vm berekenen, Ex berekenen en zeggen welke ionen in en uit gaan.

23 januari 2017 (nm) Edit

Begrippen (uitleggen in een halve pagina): antidiuretish hormoon,chloride shift, alkalose, vasa recta en mictiereflex

- Beschrijf de regulatie van de arteriële bloeddruk op lange/ korte termijn(5p)

- Bespreek de fasen van maagzuursecretie en hoe wordt deze gecontroleerd?(5p)

- Vraag van Farrow (3p):

Meerkeuze vraag over transport over een epitheliaal membraan ( Na/K ATPase in basolateraal of apicaal membraan, ..)

23 januari 2017 (vm) Edit

Begrippen (uitleggen in een halve pagina): Juxtaglomerulair apparaat, gastrine, alkalose, defeacatiereactie, surfactans. (5p)

- Galproductie uitleggen en functie (5p)

- Starling effect in de capillairen en de nieren (5p)

- Vraag van Farrow (3p):

a. Geef de definitie van stroom en membraanpotentiaal en geef de formule die deze begrippen met elkaar verbindt.

b. Oefening met Pk en Jin en Juit.

c. (er is een tabel gegeven met inwendige concentraties van ionen en uitwendige concentraties) Wat gebeurt er als de Cl- kanalen openen? Waarom kom dit? Is de stroom inwaarts of uitwaarts en hoe komt dat?

16 januari 2017 (nm) Edit

begrippen: carotide sinus, paravertebraal ganglion, pneumocyt type II, antrale peristaltiek, CCK

- Bohreffect en vergelijk met Rooteffect + zijn toepassing.

- Waterbalans en interactie met zoutbalans.

- Vraag over deel Karl Farrow: berekening met Wet van Nernst en interpretatie hiervan.

(Eigenlijk zelfde examen als 11/01/2016)

16 januari 2017 (vm) Edit

Begrippen: carotide lichaam, steroïdhormoon, cobalamine, longsurfancant, EPO

- Leg de vertering en absorptie van proteïnen uit (in heel gastro-intestinaal kanaal).

- Leg uit hoe de osmolaliteit in het bloed wordt gecontroleerd en geef hierbij de rol van de nieren.

- Oefening Farrow. Je krijgt de concentratie van Na, K en Cl in en uit de cel. Ook de permeabiliteit is gegeven. a) Bereken Vrest, RT/F is gegeven voor ln en voor log. b) Wat gebeurt er met Vrest als de concentratie extern K 10x stijgt? c) Wat gebeurt er met Vrest als de permeabiliteit van Na 10x stijgt?

19 januari 2016 (nm)Edit

begrippen: paravertebraal ganglion, elektrische synaps, (de rest weet ik niet meer)

- AP in ventriculaire myocyt + in andere spiercellen. NIET VERGETEN: ook slow wave vermelden (er zijn dus 3 types: met plateau, zonder plateau en slow wave)

- vertering en vertering van proteines

- welk van volgende oorzaken heeft het meeste effect op carotis en aortalichaampjes: CO, minder O2 diffusie thv van longen, acute resp alkalose, anemie. juiste antwoord: minder diffusie thv longen maar deze vraag ging meer om de redenering

19 januari 2016 (vm) Edit

begrippen: patch-clamp techniek, longsurfactant, steroïdhormoon, EPO, cobalamine

- geef de verschillende fasen van de maagzuursecretie en de controlemechanismen

- hoe wordt de osmolaliteit in het bloed gecontroleerd en wat is de hierin de functie van de nieren

- noradrenaline en adrenaline hebben allebei een chonotroop en inotroop effect. Noradrenaline veroorzaakt echter een gemiddelde stijging van de bloeddruk en adrenaline niet. Leg uit

18 januari 2016 (nm) Edit

begrippen: Aldosteron, Enterisch ZS, Acidose, Erythropeïne, Catecholamines

-excitatie-contractie terugkoppeling skeletspier uitleggen en verschil met hartspier geven

-absorptie en vertering lipiden

- Diabetes mellitus veroorzaakt polyurie, verklaar.

18 januari 2016 (vm) Edit

-begrippen : Mictiereflex, Chlorideshift, Antidiuretisch hormoon, Vasa recta, Alkalose

-Regulatie arteriële bloeddruk

- Functie pancreas , controle en verschillende fase van de secretie

- Meerkeuze vraag over transport over een epitheliaal membraan ( Na/K ATPase in basolateraal of apicaal membraan, ..)

14 januari 2016 (Kortrijk) Edit

begrippen: mictiereflex, vasa recta, pneumocyt type II, paravertebraal ganglion, ADH

Vraag 1: Leg uit Bohreffect en geef fysiologische relevantie + Rooteffect en toepassing. (bijvraag Haldane) (5pntn)

Vraag 2: Geef het belang van pancreas, functie in spijsvertering en bespreek de verschillende fasen in pancreassecretie. (5pntn)

Vraag 3: NA en A hebben allebei een positief chronotroop en inotroop effect. Verklaar waarom er enkel bij NA ook een bloeddrukstijging optreedt en niet bij (normale) A concentraties. (3 pntn)

11 januari 2016 14u in de namiddag Edit

begrippen:

juxtaglomerulair apparaat

surfactant

defeacatiereflex

carotis lichaampje (niet carotide sinus!!)

gastrine

vragen:

- Gal productie en functie (vermeld ook vertering van lipiden)

- Vergelijk het Starling effect in een normaal capillair met dit in een glomerulair capillair (vermeld ook vasa recta)

- Gegeven de concentraties van Na, K en Cl in de cel van een bacterie en de concentraties voor die drie ionen in het vijverwater. In de bacteriecel: Na = 57, K = 65, Cl = 112. In de vijver: Na = 0.41, K = 0.37, Cl = 0.4. Los volgende vier vragen op met deze gegevens. (1) Wat gebeurt er met K bij een uitwaartse stroom? (2) Wat gebeurt er met Na bij een inwaartse stroom? (3) Wanneer het Cl kanaal opengaat, wat gebeurt er met de stroom van Cl? (4) Is dit dan een inwaartse of een uitwaartse stroom? (Oefening van Farrow, Engelse prof)

11 januari 2016 (voormiddag) Edit

1) begrippen: carotide sinus, antrale peristaltiek (bijvraag over MMC), pneumocyt type II, cholecystokinine, ...

2) Bespreek het Bohr-effect en de fysiologische relevantie + Rooteffect met toepassing (zwemblaas)

3) Waterbalans + link zoutbalans

4) Oefening van het deel van Karl Farrow (hoofdstuk 2): berekining met behulp van de vegelijking van Nernst (NIET GEGEVEN).

26 januari 2015 (namiddag) Edit

1) begrippen : regulerende volumestijging, catecholamines, neuromusculaire juncties, carotenoide sinus, aldosteron

2) Bespreek het Bohr-effect en de fysiologische relevantie + Rooteffect (bijvraag Haldane-effect)

3) Vertering en opname eiwitten

4) Als de relatieve concentratie van een bepaalde stof in het glomerulair filtraat tov de plasmaconcentratie kleiner is dan 1, wat weet je dan van de excretie van deze stof?

Ze hoort graag waarom er niet zo'n hoge filtratie is (grootte, rigiditeit en negatieve lading )

20 januari 2015 (voormiddag) Edit

1) begrippen: EZS, cobalamine, CCK, elektrische synaps en gefaciliteerde diffusie

2) transport CO2 in bloed en Functie CO2 in zuur-base

3) waterbalans + link zoutbalans

4) versnellen van SA knoop

20 januari 2015 (namiddag) Edit

1) begrippen: MMC, ADH, EPO, braakreflex, vasa recta,

2) excitatie-contractie terugkoppeling uitleggen en verschil met hartspier geven

3) bespreek de vertering en absorptie van lipiden (niet enkel dat deeltje van de vertering, ze wilt ook weten van waar alle stoffen komen, hoe die vrij gezet worden, wat die stimuleren, welke cellen wat doen,...)

4) welk van de 4 onderstaande gebeurtenissen heeft de grootste stimulerende invloed op de aorta en carotis lichaampjes bij hypoxie: CO vergiftiging/anemie/verlaagde zuurstof dissociatie/acute respiratoire alkalose

19 januari 2015 (Voormiddag) Edit

1) Begrippen: omasum; mictiereflex; paravertebraal ganglion; chlorideshift; acidose

2) Schets het verloop van een actiepotentiaal in een ventriculaire myocyt. Leg uit welke mechanismen aan de basis van deze actiepotentiaal liggen. Leg bondig uit hoe de actiepotentiaal verloopt in de andere spiercellen. (5pt)

3) Bespreek de pancreas, wat is zijn rol in de vertering, welke fasen komen voor en onder welke controle staat de pancreas (5pt)

4) Diabetes mellitus veroorzaakt polyurie, verklaar. (3pt)

15 januari 2015 (kortrijk) Edit

1. Begrippen uitleggen en situeren: Defaecatiereflex, JGA, type II pneumocyt, stereoide hormonen, ...

2. Beschrijf de regulatie van de arteriële bloeddruk op lange/ korte termijn

3. Producten en stappen in pancreassecretie uitleggen

4. Leg uit: oedeem door verhoogde bloeddruk

12 januari 2015 (nm) Edit

1) fasen en controle van maagzuursecretie

2) hoe wordt de osmolaliteit in het bloed geregeld (en hoe zit dat bij de nieren). Het was dus de waterbalans en da van Na+ denk ik? Dat deel met ECBV in het deel van de nieren

3) Waarom inotroop effect en chronotroop effect van NA en A en waarom enkel bij NA hogere bloeddruk.

4) woordjes: microtubuli, surfactant, acidose, cobalamine en refractaire periode

12 januari 2015 (vm) Edit

1) woordjes: juxtaglomulair apparaat, steroide hormonen, type II pneumocyten, gastrine, defaecatiereflex

2) hoe wordt de artiele bloeddruk gereguleerd

3) gal productie en functie

4) meerkeuze vraag over hoe ge Na, water en Cl paracellulair van apicaal naar basolateraal membraan. Keuzes waren afhankelijk van plaats van Na-K pomp, Na kanaal en K kanaal. Uitleggen waarom juist en waarom fout

27 januari 2014 (nm)Edit

1)

MMC (bijvraag: is dat bij alle dieren zo? Nee, herbivoren eten continu)

alkalose (bijvraag: wat doet respiratorische alkalose met [HCO3] en wat doet metabolische alkalose met die concentratie (dalen, stijgen))

carotis lichaampje (bijvraag: wat is de voornaamste respons op hypoxie (de belangrijkste is niet vasodilatatie maar hyperventilatie))

surfactant

ADH (vermeld zeker aquaporine 2 kanalen in verzamelbuis)

2) Vergelijk het Starling effect in een normaal capillair met dit in een glomerulair capillair (vermeld ook vasa recta)

3) Vertering en absorptie van lipiden. (vermeld ook ductus thoracicus en vena subclavia)

4) A heeft positief chronotroop effect. Waarom is het belangrijk dat het ook positief dromotroop effect heeft? (refractionaire periodes) nene niet refractionaire periodes. Het chronotroop effect zorgt ervoor dat er in de SA-knoop meer AP's worden gemaakt maar als de geleidingssnelheid (dromotroop) niet toeneemt, zullen de andere delen van het hart niet meer in fase kloppen (hartritmestoornissen) .

21 januari 2014 (voormiddag)Edit

1)

a) Enterisch Zenuwstelsel

b) Surfactant

c) Cobalamine

d) Cholecystokinine

e) Podocyt

2) Hoe wordt koolstofdioxide in het bloed vervoerd? waarom is koolstofdioxide belangrijk voor de zuur-base balans?

3) Hoe wordt de waterbalans gereguleerd?

4) Op welke drie manieren vertraagt Ach het hartritme in de SA-knoop? (ik ben als eerste gegaan dus ik weet niks van de rest, maar tegen mij zei ze dat de vraagstelling fout was en dat ik dus maximum punten kreeg. ik heb letterlijk zes woorden geschreven. Repolarisatie sneller, depolarisatie trager, drempelpotentiaal hoger.) ze heeft dan ook maar gevraagd welke stoffen het hartritme versnellen. (A en AN dus)

20 januari 2014 (voormiddag) Edit

CO-vergiftiging

Antrale peistaltiek (bijvraag MMC)

Longsurfacanten

Aldosteron

paracellulaire transport (bijvraag transcellulaire transport)

1)Vertering en opname eiwitten (bijvraag worden ook intacte eiwitten opgenomen)(5pt)

2)Door hypertenstie (bloedruk vrhoging geeft oedeem (geef ook daarbij starling effect)(3pt)

3)Bicarbonaat belangerijk voor plasma pH (zie over bicarbonaat als buffer systeem maar ook nieren zullen bicarbonaat hebben langtermijn regulatie) (5pt)



14 januari 2014 (voormiddag) Edit

1) Bespreek het Bohr-effect en de fysiologische relevantie + Rooteffect (bijvraag Haldane-effect) (5pt)

2) Bespreek de fases en regulatie van pancreassecretie (5pt)

3) NA en A hebben allebei een positief chronotroop en inotroop effect. Verklaar waarom er enkel bij NA ook een bloeddrukstijging optreedt en niet bij (normale) A concentraties.

paravertebraal ganglion

thrombine

vasa recta

ileocaecale klep

ADH

13 januari 2014 (namiddag) Edit

1. Geef het verloopt van een AP weer in een ventriculaire spiercel en beschrijft bondig bijhorende mechanismen.

2. Bespreek de verschillende fases van de maagzuursecretie.

3. Diabetes mellitus geeft aanleiding tot Polyurie (verhoogde urineproductie) leg uit waarom.

mictiereflex

omasum

chloride shift

acidose

fibrinolyse

13 januari 2014 (voormiddag) Edit

1. Leg uit hoe de arteriële bloeddruk gereguleerd wordt

2. Gal: productie + functie (galzouten + bilirubine!)

3.Als de relatieve concentratie van een bepaalde stof in het glomerulair filtraat tov de plasmaconcentratie kleiner is dan 1, wat weet je dan van de exretie van deze stof?

Defaecatiereflex

Juxtaglomerulair apparaat

Steroïdhormoon

Pneumocyt type II

Gastrine

28 januari 2013 (namiddag) Edit

1. Bespreek de manieren waarop CO2 wordt vervoerd in het bloed

2. Leg uit hoe de waterbalans gereguleerd wordt 

3. Hoe kan men de AP in de SA knoop aanpassen (vertragen) (bijvraag hoe versnellen)? Schets

Longsurfactant


Cobalamine

Enterisch zenuwstelsel

Acidose

Podocyt


28 januari 2013 (voormiddag) Edit

1) Bespreek het Bohr-effect en de fysiologische relevantie + Rooteffect (bijvraag Haldane-effect) (5pt)

2) Bespreek de fases en regulatie van pancreassecretie (5pt)

3) NA en A hebben allebei een positief chronotroop en inotroop effect. Verklaar waarom er enkel bij NA ook een bloeddrukstijging optreedt en niet bij (normale) A concentraties.

Woordjes:

Paravertebraal ganglion

Ileocaecale klep

ADH

Thrombine

Vasa recta

21 januari 2013 (NM) Edit

1) Vertering van lipiden: leg uit.

2) Waarom vindt er bij respiratorische acidose vasodilatatie plaats in de bloedvaten van de hersenen en niet bij metabole acidose?

3) Vergelijk het Starling effect in een normaal capillair met dit in een glomerulair capillair

Woordjes:

Tubuloglomerulaire feedback

Migrerende motorcomplexen

Aldosteron

Alkalose

+ 1 dat ik vergeten ben

21 januari 2013 (VM) Edit

1) schets de actiepotentiaal in de ventriculaire myocyt plus bespreek bondig de processen die hiervoor verantwoordelijk zijn.

2) Bespreek de fasen van maagzuursecretie en hoe wordt deze gecontroleerd?

3) Hoe veroorzaakt diabetes polyurie?

woordjes:

Omasum

Acidose

Mictiereflex

Chlorideshift

Fibrinolyse

.. januari 2013 Edit

1) Bespreek de vertering en opname van eiwitten (5pt) 2) Leg uit hoe de arteriële bloeddruk gereguleerd wordt. (5pt) 3) Als de relatieve concentratie van een bepaalde stof in het glomerulair filtraat tov de plasmaconcentratie kleiner is dan 1, wat weet je dan van de exretie van deze stof? (3pt)


woordjes:
- acidose
- surfactant
- CO vergiftiging
- antrale peristaltiek
- paracellulair transport

14 januari 2013 (namiddag) Edit

Defaecatiereflex

Steroïdhormoon

Type II pneumocyten

Juxtaglomerulair apparaat

Cholecytokinine


Leg uit waarom bicarbonaat belangrijk is in het regelen van de plasma-pH. (5ptn)

Bespreek de productie en functie van gal

Hoge bloeddruk (hypertensie) kan oedeem veroorzaken, verklaar 

30 januari 2012 (voormiddag) Edit

Longsurfactant

Cobalamine

Enterisch zenuwstelsel

Acidose

Podocyt

1. Bespreek de manieren waarop CO2 wordt vervoerd in het bloed

2. Bespreek de fases van de pancreassecretie

3. Hoe kan men de AP in de SA knoop aanpassen? Schets


30 januari 2012 (namiddag)Edit

Megakaryocyt

Aldosterone

Cobalamine

Mictiereflex

Acidose

Wat is longsurfactant? Wat zijn de functies?

Bespreek de verschillende fasen van maagzuursecretie.

Inzichtsvraag: Waarom is het belangrijk dat adrenaline naast een chronotroop effect ook een dromotroop effect heeft? Verklaar.

23 jan 2012 (voormiddag)Edit

Verklaar volgende woorden: (5ptn)

- Gastrine

- Alkalose

- Defaecatiereflex

- Rectaalklier

- Slagvolume

Leg uit hoe de arteriële bloeddruk gereguleerd wordt. (5pt)

Leg uit hoe de waterbalans gereguleerd wordt (5pt)

Een respiratorische acidose veroorzaakt onmiddellijk vasodilatatie in de hersenen, terwijl een metabole acidose geen vasodilatatie in de hersenen veroorzaakt, verklaar. (3pt)

16 jan 2012 (namiddag)


Verklaar volgende woorden: (5ptn)

- Antrale peristaltiek

- Juxtaglomerulair apparaat

- Steroïdhormoon

- Type II pneumocyt

- Cholecystokinine

Leg uit waarom bicarbonaat belangrijk is in het regelen van de plasma-pH. (5ptn)

Som de aanpassingen aan herbivorie bij zoogdieren op, vergelijk met andere vertebraten. (5ptn)

Een hoge bloeddruk kan oedeem veroorzaken. (3ptn)


16 Jan 2012 (Voormiddag)

vertering en absorptie van lipiden

starling effect + vergelijken met rooteffect (bijvragen met oa haldane effect...).

woordjes:

paravertebraal ganglion, ileocaecale klep, inotroop effect, vasa recta, nog eentje dak niet herinner.

en als inzichtsvraag: Als de relatieve concentratie van een bepaalde stof in het glomerulair filtraat tov de plasmaconcentratie kleiner is dan 1, wat weet je dan van de exretie van deze stof? (3pt) (instinker: je weet bijna niks want andere twee grote mechanismen in nieren zijn reabsorptie en secretie die het filtraat nog serieus kunnen aanpassen)

17 jan 2011 (voormiddag)Edit

Verklaar volgende woorden:

- Podocyt

- Enterisch zenuwstelsel

- Acidose

- Surfactant

- Dromotroop effect

Bespreek de mogelijke systemen van CO2-transport in het bloed

Fases van de pancreas + controlemechanismen

Hoge bloeddruk kan oedeem veroorzaken, verklaar



17 jan 2011 (namiddag) Edit

Verklaar volgende woorden: (5ptn)

- Antrale peristaltiek

- Juxtaglomerulair apparaat

- Steroïdhormoon

- Type II pneumocyt

- Cholecystokinine

Leg uit waarom bicarbonaat belangrijk is in het regelen van de plasma-pH. (5ptn)

Som de aanpassingen aan herbivorie bij zoogdieren op, vergelijk met andere vertebraten. (5ptn)

Op welke manier kan het bereiken van de drempelwaarde bij een AP in de SA-knoop vetraagd worden? (schets) (3ptn)



24 jan 2011 (namiddag)Edit

Verklaar volgende woorden: (5ptn)

- Inotroop effect

- rectaalklier

- paravertebraal ganglion

- reticulocyt

- ...

Bohreffect uitleggen en fysiologische relevantie verklaren + vergelijken met Rooteffect (5 ptn)

De fases van maagzuursecretie uitleggen (5 ptn)

Diabetes mellitus veroorzaakt polyurie (= diurese). Verklaar (3 ptn)

31 jan 2011 (namiddag)Edit

1) Verklaar volgende woorden: (5ptn)

a. Alkalose

b. Minutenvolume

c. Parasympatisch zenuwstelsel

d. Cobalamine

e. Gastrocolische reflex

2) Leg het Starlingeffect uit in een “normaal” capillair en vergelijk met een glomerulair capillair in de nieren (5pt)

3) Bespreek de vertering en opname van eiwitten (5pt)

4) Een respiratorische acidose veroorzaakt onmiddellijk vasodilatatie in de hersenen, terwijl een metabole acidose geen vasodilatatie in de hersenen veroorzaakt, verklaar. (3pt)

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.