Wikia


== Biosdocumenten

==
  1. leg het principe uit van een irreversibele antagonist
  2. bespreek farmacofoor? Geef en bespreek de lipinskiregels
  3. leg uit aan de hand van een dosis respons curve: ED50, TD50 en maximale respons
  4. vergelijk uitgebreide, random en high troughput screening op 1 pagina
  5. vergelijk de eigenschappen van neurotransmitters en hormonen
  6. leg het principe uit van hydrofobe interacties
  7. l-dopa schema (p17 les 1) kunnen uitleggen
  8. wat zijn de voor en nadelen van een me-too(therapeutische kopie)
  9. geef een overzicht van de 4 strategieën om een geneesmiddel te bekomen
  10. waarom tabletten omhullen? Wat is een functionele omhulling?
  11. wat is het verschil tussen een emulsie en suspensie? Geef de voordelen van een suspensie
  12. geef de voor en nadelen van een vloeibare toedieningsvorm
  13. geef de voor en nadelen van een tablet
  14. geef de voor en nadelen van een gelule
  15. wat leert ons de verpakking van een geneesmiddel
  16. wat is farmacovigilantie (?) en wordt dit in België toegepast
  17. farmacopee: structuur
  18. principe van de dunne laag chromatografie
  19. verschil tussen officinale en magistrale recepties. Voordelen van magistrale
  20. acute/subacute/chronische intoxicatie
  21. plaats van melk bij vergiftigingen
  22. bio-equivalentie: principe uitleggen
  23. bespreek substitutie
  24. vergelijk de situaties in een officina en een ziekenhuisapotheek
  25. via welke toedieningswegen kan iemand vergiftigd worden
  26. eigenschappen van een goed vergif
  27. wat staat er op een goed voorschrift en geef de 5 j’s (?)
  28. overzicht van wat er te koop is in een apotheek (waarom daar?)
  29. onderliggende oorzaken van een accidentele medicinale vergiftiging + uitleg
  30. actieve kool (?) : hoe werkt het, voorzorgen, gebruik
  31. telefoonnummer antigifcentrum, wat vragen ze daar
  32. wat te doen bij contact van… met de ogen ?
  33. bespreek van de verschillende fasen van de geneesmiddelen registratie. Farmaceutica.be
  34. bespreek competitieve en niet competitieve antagonisten
  35. geef de voor en nadelen van een oplossing als toedieningsvorm
  36. verschil wateroplosbare en wateronoplosbare hormonen
  37. voordelen van de europese farmacopee tov de meerdere nationale farmacopees