Wikia


Voor extra (relevante) vragen zie geos examenvragen 2014 en 2013.

15/01/2015 Edit

1) Waar/ nietwaar?

a) Intrinsieke permeabiliteit (k) = afhankelijk van fluidum (nope, enkel van het mileu)

b) Met uitdrogingscurve kunnen we heel specifiek de baseflow meten (nope, 4 redenen waarom alfa niet nauwkeurig genoeg is, staat in de cursus)

c) Als de hydraulische gradient = 0, dan is de dispersie verwaarloosbaar bij transport (ja want dispersie is afh van Ve (effectieve/advectie snelheid) en die is afh van dh/dl) (bijvraag: welke transportfactor is dan wel onafhankelijk van gradient? -> diffusie)

d) De kwetsbaarheid neemt toe met de dikte van de onverz laag (nope, hoe kleiner de onverzadigde laag, hoe kwetsbaarder)

e) voorlopig vergeten

2) Wat is de afpompingskegel en beschermingszones, wat is het verschil, wat is het verband, door welke factoren worden ze bepaald

3) oef waarbij Q, gegeven is van een pompput en dan 2 peilputten waarvan de r (tov de pompput) en de h gegeven is. Dikte van aquifer (e) is ook op de tekening te gegeven. Bepaal T (= Q*ln(r2/r1)/2pi.deltah), K (=T/e) en de h van een punt dat op 0.5m van de pompput ligt (dus zelfde formule maar omgekeerde werkwijze).

4) oefeningen zoals die met h, hp, p, gradient bepalen tussen 2 putten, zf, df