Wikia


23 januari 2017 voormiddag Edit

1) Bespreek de celwand van gram positieve, gram negatieve bacterien en archae. Leg de verschillen uit + structuren van suikers, verbindingen, crosslinking... Geef minstens 3 verschillende methoden om gram + en gram - bacterien te onderscheiden. Geef een methode om eukaryoten, prokaryoten en archae te onderscheiden. Zijn er micro organismen zonder celwand? Zo ja geef een voorbeeld.

2) Figuur van prokaryote cel waarop celwand, plasmamembraan, RNA, DNA... aangeduid zijn. Bij elke naam en werking van antibiotica geven en zeggen hoe het werkt. (Hier had em ook graag dat ge iets van resistentie uitlegde).

3) Juist/Fout

a) Hydrogenosoom komt voor bij prokaryoten en werkt met hydrogenasen.

b) Er is geen verschil tussen flagelopbouw bij gram + en gram - prokaryoten

c) Iets met fermentatie en substraatfosforylatie

d) Iets met persistente vs latente infectie

e).... vul aan ;)

20 januari 2017 (voormiddag) Edit

  1. Geef de mechanismen waardoor een micro-organisme resistent kan zijn. Hoe wordt resistentie verworven en doorgegeven? (Dooreven van resistentie: soort specifiek of aspecifiek. Bij verwerven van resistentie: 6 mechanismen en bij doorgave 3)
  2. Je krijgt een bodemstaal met micro-organismen in. Hoe ontdek je hiermee nieuwe natuurlijke fungistatische middelen? (had 2 methodes: reincultuur kweken of metagenomics)
  3. De griep is in het land. Waarvoor staat HxNx, wat is antigene drift en wat is antigene shift? Waar bevindt het zich in de Baltimore classificatie en wat geeft de Baltimore classificatie weer? (Baltimore classificatie niet geven) (Baltimore classificatie: niet enkel opdeling op basis van genoom, maar ik had ook op basis van gebruikte polymerase (cel zijn polymerase of virus zijn polymerase))
  1. Fermentatiebalans
  2. Chlorosoom
  3. Cryptische groei
  4. Hepanoïde
  5. Speroplast
  6. Azolen
  7. Bacilli
  8. lipide A

17 januari 2017 (namiddag) Edit

  1. Hoe zou je uit een bodemstaal een fungicidaal middel halen? (praten over metagenomics en als het zou groeien in het labo)
  2. Een patiënt met een Candida infectie werd al behandeld met een synthetisch azool maar dit slaagt niet aan. Nu denkt men aan een combinatie. Welke van de volgende 4 combinaties zou effectief zijn, niet effectief zijn en leg uit waarom?
    1. + Vancomycine
    2. + Flucytosine
    3. + Griseofuline
    4. + Cephalosporine

3. Geef de Baltimore classificatie schematisch en leg uit welke virussen theoretisch de gemakkelijkste targets beschikken. Geef ook mogelijke extra virale targets.

Begrippen: (8)

Evolutionaire chronometer (+ voorbeeld), Axiaal filament, hydrogenosoom (+ reactie), virion, guilde, MIC, (en nog twee).

17 januari 2017 voormiddag Edit

1. Koolstofcyclus

2. Metagenomics uitleggen en 2 voorbeelden (functie en sequentie)

8 begrippen

26 januari 2016 namiddag (zelfde vragen als voormiddag)Edit

  1. Een schema met een hypothetisch micro-organisme wordt gegeven. Je moet dan zoveel mogelijk antibiotica en antifungale middelen aanvullen en zeggen waar ze precies op inwerken. Het moeten wel antibiotica/antifungale middelen zijn die een andere werking hebben (bv. je mag niet ampicilline én amoxicilline schrijven, wel vancomycine en ampicilline).
  2. Alles over de opbouw en inplanting van flagellen bij prokaryoten en eukaryoten. Ook andere vormen van voortbeweging. Leg ook taxis uit en het belang hiervan.
  3. Gemeenschappelijkheden en verschillen uitleggen van: virion/viroide, chemolithotrofie/chemoorganotrofie, spheroplast/protoplast, guilde/gemeenschap,... en nog 4 andere woordkoppels.

21 januari 2016 namiddag Edit

  1. Je krijgt een bodemstaal en je moet daar een fungistatisch middel uithalen
  2. Een patient is al behandeld geweest met vancomycin maar dit werkt niet. 4 opties voor andere antibiotica.

3. Via bio- en fotochemische reacties kunnen er toxische vormen van zuurstof worden aangemaakt. Hoe maken micro-org. deze toxische stoffen ongedaan, bespreek de reactiemechanismen.

4. stikstoffixatie

18 januari 2016 voormiddag Edit

geef stikstofcyclus + belangrijke enzymen

Geef Baltimore classificatie en welke groepen kunnen het best aangepakt worden antiviraal.

woorden verklaren:

fermentatiebalans

chlorosoom

speroplast

Bacilli

Azolen

lipide A

Hopanoide

cryptisce groei

12 januari 2016 namiddag Edit

1. Koolstofcyclus + bondige beschrijving van de metabolische wegen die hierin voorkomen (fermentatie, oxygene en anoxygene fotosynthese, enz.)

2. Persoon heeft een candida-infectie, behandeling met azol werkte niet. Dokter wil nu een combinatie van azol en nog iets geven. Welke combinatie zal werken en welke niet + waarom. Azol + griseofulin, + flucytosine, + chloramphenicol, + nog een antibiotica

3. Je krijgt een bodemstaal, hieruit wil men een fungicidale drug halen, hoe doe je dit? (2 opties beschrijven: wanneer de staal wel groeit op een bodem en wanneer de staal niet groeit op een bodem)

4. Woordjes -hydrogenosoom -MIC -axiaal filament -transductie -...

12 januari 2016 Edit

- Geef de mechanismen waardoor een micro-organisme resistent kan zijn. Hoe wordt resistentie verworven en doorgegeven? Je krijgt een bodemstaal. Vertel hoe je een nieuwe drug zou kunnen vinden, en hoe kan je nagaan dat deze een fungistatische werking heeft?

- Influenza. Verklaar: HxNx, antigene drift, antigene shift en hoe kan antigene shift zo gemakkelijk gebeuren. Waar in de Baltimore classificatie bevindt influenza zich en leg de principes van de Baltimore classificatie uit.

- Termen

phycobilisoom

hydrogenosoom

virion

endotoxine

hopanoïde

streptomycine

syntrofie

anammox

17 augustus 2015 Edit

-Hoe kunnen micro-organismen resistentie verwerven tegen antibiotica? Geef een overzicht van de verschillende mechanismen waardoor micro- organismen resistent kunnen zijn. Hoe kan een micro-organisme resistentie verwerven en doorgeven? Is resistentie soortspecifiek, maw kan resistentie enkel maar binnen species worden overgedragen?

-Je krijgt een waterstaal met ongekende micro-organismen, welke technieken gebruik je om deze micro-organismen te classificeren? En hoe kun je nagaan of ze eventuele interessante metabole producten aanmaken?

-termen: (ook overal zeggen in welke groep van micro-organismen ze voorkomen)

phycobilisoom

hydrogenosoom

virion

endotoxine

hopanoïde

streptomycine

cilia/cirri

persistente infectie

27 januari 2015 namiddag Edit

1) Bespreek Baltimore classificatie, hoe je een antiviraal middel maakt (waar dit op inwerkt), welke virussen hun eigen polymerasen gebruiken.

2) Bespreek celwand Gram+ en Gram- bacteriën. Hoe kan je, naast de Gramkleuring deze onderling scheiden (wees creatief!)?

3) Juist/ Fout + leg uit:

- Cirri komen voor bij Bacteria en Archaea en dienen ter voortbeweging naar voedselbron

- Resistentiedoorgave gebeurd voornamelijk door transductie

- Persistente infectie komen de virussen vrij en gaat de gastheercel kapot

- hydrogenosomen bevatten hydrogenasen... ofzoiets

...

27 januari 2015 voormiddag Edit

1) Leg de energiewinning en reducerend vermogen uit bij oxygene en anoxigene fototrofen. Wat zijn de verschillen? Bespreek ook de energie bij fermentatieve micro-organismen

2) Bespreek de de flagellen: bouw/inplanting/werking bij prokaryoten en eukaryoten. Zijn er nog andere manieren om zich te bewegen? Leg uit: (Sex)pili, Fimbriae, Cirri. Wat is het competitief voordeel van sexpili?

3) Juist/Fout + leg uit

- Door cirri kunnen prokaryoten en archaea zich voortbewegen

- Het meest voorkomende mechanisme voor het verwerven van resistentie is transductie

- Een guilde bestaat uit micro-organismen van een klonaal verwante stam

- Viroïden is het extracellulaire stadium

- .... (antibioticum dat in werkt op eiwitsynthese) is niet werkzaam tegen gramnegatieve bacteriën

- Hydrogenosomen ... H2 ... energiewinst

-....

-....

22 januari 2015 Edit

1) Leg de opbouw/werking/ implanting van fagellen uit bij prokaryoten en eukaryoten. Leg ook cirri, fototaxis en chemotaxis uit. Zijn er nog andere mechanismes om voort te bewegen bij micro-organismen? Bespreek.

2) Door biofysische en biochemische reacties kan er toxisch zuurstof ontstaan. Leg de detoxificatiemechanismen uit. (hij verwachtte ook dat je de enzymes en de reacties kon geven)

3) Juist of fout?

-B-lactam antibiotica werkt niet in op gram- bacteria.

-Resistentie tegen antibioticum is niet species gebonden.

- de decimale reductietijd daalt wanneer er meer verhitting is.

-Er bestaan geen enkele Bacteria of Archaea die geen celwand hebben

- tijdens de fermentatie wordt alle energie gehaald via substraatfosforylatie

-stikstoffixatie is vooral anoxisch.

-hydrogenosomen komen voor bij prokaryoten waar ze pyruvaat oxideren naar acetyl-CoA +

CO2 + H2

-

19 januari 2015 namiddag Edit

-Hoe kunnen micro-organismen resistentie verwerven tegen antibiotica? Geef een overzicht van de verschillende mechanismen waardoor micro- organismen resistent kunnen zijn. Is resistentie soortspecifiek, maw kan resistentie enkel maar binnen species worden overgedragen? Welke alternatieve therapiën zou je voorstellen om in een post-antibiotica tijdperk toch bacteriële infecties te bestrijden?

-Geef een schematische voorstelling van de anoxygene fotosynthese van purperbacteriën en groenzwavelbacteriën, alsook de oxygene fotosynthese van cyanobacteriën. Bespreek de voornaamse verschillen, inclusief morfologische kenmerken, en plaats dit in een algemeen microbieel ecologische context.

-juist of fout+ korte bespreking

  • Gram negatieve Bacteria zijn gevoelig voor ampicilline en amoxicilline
  • Tetracycline werkt in op proteïnesynthese door inhibitie op 50S ribosoom.
  • Bij latente infectie komen virale genen tot expressie maar komen de viruspartikels niet vrij.
  • De decimale reductietijd in afhankelijk van de pH van het medium.
  • Energiewinning bij fermentatie gebeurt steeds door substraatfosforylatie.
  • Het nitrogenasecomplex werkt vooral onder anoxische condities.
  • Hydrogenosomen komen voor bij prokaryoten en zorgen voor energiewinning door oxidatie van pyruvaat naar acetyl-CoA + CO2 + H2.
  • Ergosterol synthese is een goede target voor antifungale drugs te ontwikkelen.

19 januari 2015 (vm) Edit

- Een persoon heeft een candida infectie en is al behandeld geweest met een synthetisch azol. Dit werkte niet, welk van de volgende combinaties gaat de grootste, kleinste, geen kans hebben om te werken. bespreek ze allemaal

azol + griseofulin, azol + vancomycine, azol + ne naam datk nie kunde (een soort polyeen), azol + flucsytosin

- geef de schematische weergave van de koolstofcyclus en bespreek bondig alle metbalo wegen

- woordjes: axiaal flagel, tegument, exosporium, gluida (fzoiet), MIC, hydrogenosoom, omgekeerde citroenzuurcyclus, evolutionaire parameters

13 januari 2015 (14:00) Edit

- Influenzavirus: verklaar HxNx, antigene drift en shift en waarom dit laatste zo makkelijk kan gebeuren. Tot welke klasse behoort het influenzavirus in de Baltimore classificatie en verklaar dit?

- Hoe ontstaat resistentie en hoe wordt het doorgegeven. Geef een overzicht van de resistentiemechanismen.

- Je krijgt een bodemstaal met micro-organismen. Hoe vind je hieruit een potentiële fungistatische drug?

Termen:

Hydrogenosoom

Cilia/cirri

commensalisme

phycobillisoom

streptomycine

Hopanoïde

endotoxine

Virion

Het komt erop neer dat je best alles opschrijft wat je weet over het thema, zelfs al wordt er niet expliciet naar gevraagd. Bijvoorbeeld: de prof raadde aan om bij resistentie ook over toekomstige drugs te schrijven. Dus, alles wat in je opkomt dat enige relatie met de vraag heeft en juist is schrijf je beter op, ook bij de termen. Enkel je schriftelijk telt, niet het mondeling.

13 januari 2015 (09u00) Edit

-Virussen zijn niet altijd pathogeen, soms kunnen ze ook geen of zelfs positieve effecten teweegbrengen. Bespreek voorbeelden en geef voorbeeld van een endosymbiose en mutualisme bij virussen.

- Een virus heeft een klein genoom, toch worden er verscheidene proteinen afgeschreven. Hoe kan dit? en geef voorbeelden(er zijn meer toepassingen dan enkel overlappende genen en in frame translatie re-initiatie: o.a. 5' cap, 3' staart, etc....)

-N cyclus beschrijven, anammox plaatsen + cruciale enzymen geven overal.

woordjes:

-syntrofie (expliciet verschil met coöperatie verklaren)

-cirri/cilia

-hopanoiden

-strepomycine

-endotoxines

-hydrogenosoom

-phycobillines

18 augustus 2014 14u Edit

- Bespreek de flagelstructuur, -opbouw en -werking bij Bacteria. Hoe zit het bij chemotaxis? (mondelinge bijvraag: wat is het verschil met eukaryotische flagellen?)

- Via bio- en fotochemische reacties kunnen er toxische vormen van zuurstof worden aangemaakt. Hoe maken micro-org. deze toxische stoffen ongedaan, bespreek de reactiemechanismen.

- Juist / Fout:

1. Gr - bacteria zijn niet bestand tegen beta-lactam antibioticum

2.

3. Resistentie tegen antibioticum is niet species gebonden (dus als een E.coli steriel is tegen

bepaald antibioticum, kan deze die steriliteit dan doorgeven aan een niet-steriele Bacillus?)

4. de decimale reductietijd daalt wanneer er meer verhitting is

5. er bestaan geen enkele Bacteria of Archaea die geen celwand hebben

6. tijdens de fermentatie wordt er energie gehaald via substraatfosforylatie

7. stikstoffixatie beperkt zich strikt tot de anaerobe annamoxreacties

8. hydrogenosomen komen voor bij prokaryoten waar ze pyruvaat oxideren naar acetyl-CoA +

CO2 + H2

30 januari 2014 voormiddag Edit

- Teken schematisch de stikstofcyclus en leg kort de metabolismen uit. situeer annamox in deze cyclus

- 8 termen:

  • hydrogenosoom
  • axiaal filament
  • omgekeerde citroenzuurcyclus
  • tegument
  • evolutionaire chronometers
  • ...

- Kleine vragen:

  • Een virus kan een symbiotische of commensalistische relatie aangaan met een organisme. geef een voorbeeld en bespreek.
  • wat zijn viroïden.

Bij deze vragen verwachtte hij dat je verbanden legt met evolutie ed.

29 januari 2014 namiddag Edit

- Bespreek de celwand van Gr+ en Gr-, wat is het verschil met Archaea en Eukaryoten. Leg gramkleuring en andere manieren om Gr+ en - te onderscheiden uit.

- Gegeven is een tekening van een cel. Duid aan welke antibiotica waar werken.

- 8 termen:

  • tegument
  • O-antigen
  • wateractiviteit
  • Stickland-reactie
  • persistente infectie
  • profaag
  • cilia
  • amensalisme

Examen 28 januari 2014 namiddag Edit

- Leg de opbouw van flagellen bij bacteriën, Archaea en eukaryoten uit. Verklaar lofotrich en peritrich

- 8 woorden verklaren:

  • autotrofie
  • profaag
  • O-antigen
  • tegument
  • amensalisme
  • stickland reactie
  • CFU
  • ...

- juist of fout en leg uit:

a) penicilline (hij bedoeld inclusief de synthetische) werkt niet bij gram negatieve en archaea

b) bij fermentatie is ATP winning steeds via substraat fosforylatie

c) Virussen zijn steeds pathogeen en nadelig voor de gastheer

d) acetyl-CoA pathway is een voorbeeld van een cyclische metabolische weg

e) Bij fylogenetische toepassingen is 16/18S rRNA de enige optie voor sequentie bepaling

Examen 28 januari 2014 voormiddag Edit

- Leg nitrificatie, denitrificatie en stikstoffixatie uit en breng in verband met landbouw en waterzuivering.

- Bespreek de celwand van Gr+ en Gr-, wat is het verschil met Archaea en Eukaryoten. Leg gramkleuring en andere manieren om Gr+ en - te onderscheiden uit.

- Patiënt heeft een candida infectie en komt bij de dokter en werd behandeld met een polyeen maar deze behandeling sloeg niet aan. De dokter wil een combinatie geven van het polyeen met aan ander antibioticum. Welke zijn effectief en welke werken niet? ( flucytosine, griseofulin, tamiflu en puromycine)

Examen 20 januari 2014 voormiddag Edit

- Bespreek resistentie tegen antibiotica (welke mechanismen en hoe aan elkaar doorgeven). Hoe kan men uit een bodemstaal een fungistatische drug halen.

- Bespreek het influenza virus (HxNx, anitgene drift, antigene shift en waarom zo'n gemakkelijke verspreiding).

- 8 termen:

  • hopanoïd
  • virion
  • endotoxine
  • phycobillosoom
  • Streptomycine
  • cilia/cirri
  • hydrogenosoom

Examen 20 januari 2014 namiddag Edit

- Bespreek de koolstofcyclus en bespreek alle bijhorende metabolismen uitvoerig.

-Geef de toxische vormen van zuurstof en leg de detoxificatie-methoden van cellen uit.

- Een antifungaal middel werkt niet, dit middel (een sythetisch azool) kan gecombineerd worden met 4 andere middelen (amphotericine, flucytosine, griseofulin en vancomycine(=antibioticum!) ). Bespreek welke combinatie zou werken en welke invloed het zal hebben.

Examen 22 augustus 2013 namiddag Edit

- Je krijgt een waterstaal met ongekende micro-organismen, welke technieken gebruik je om deze micro-organismen te classificeren? En hoe kun je nagaan of ze eventuele interessante metabole producten aanmaken?

- Er komen 2 patiënten bij de dokter. Patiënt 1 heeft een bacteriële infectie en is al behandeld met ampicilline. De behandeling sloeg echter niet aan. Patiënt 2 heeft een gistinfectie en is al behandeld met een synthetisch azool (weet niet meer welke). Ook deze behandeling sloeg niet aan. Men wil nu beide patiënten een drugscombinatie geven van het middel dat ze al hebben gehad en nog een andere drugs. Welke drugs zou je de dokter aanraden om te gebruiken?

- 8 termen:

  • zwaveldisproportionering
  • hydrogenosomen
  • batchcultuur
  • virion
  • endotoxine
  • syntrofie
  • pseudopods
  • ...

Examen 31 Januari 2013Edit

‎- Waarom is het moeilijker een anitviraal of antifungaal middel te maken dan een antimicrobieel? Hoe zit het in het geval van een RNA virus, op welke processen moet je inwerken.

- Leg nitrificatie, denitrificatie en stikstoffixatie uit en breng in verband met landbouw en waterzuivering.

- 8 termen:

  • cirri
  • griseofulin
  • phycobilisoom
  • hydrogenosoom
  • commensalisme
  • ...

Examen 30 januari 2013Edit

- Bespreek de koolstofcyclus en bespreek alle bijhorende metabolismen uitvoerig.

- Bespreek het influenza virus

- 8 termen:

  • Chromatofoor
  • Surfactant
  • Stickland reactie 
  • ...

Examen 14 Januari 2013Edit

- Je krijgt een bodemstaal met bacteriën en je wil een antifugaal middel maken. Hoe ga je te werk en hoe onderzoek je of het een anticidale werking heeft?

- Gegeven is een tekening van een cel. Duid aan welke antibiotica waar werken.

- 8 termen:

  • Stickland-reactie
  • Chlorosoom
  • Hydrogenosoom
  • Anammoxoom
  • Azolen
  • Persistente infectie
  • Hopanoïde
  • Surfacta

Examen 29 januari 2013 Edit

- Leg anoxygene fotosynthese bij purper en groene zwavelbacteriën en oxygene fotosynthese bij cyanobacteriën uit. (schema tekenen)

- Virussen hebben slechts een klein genoom, toch kunnen ze enkele functies zelf uitvoeren. Leg uit met voorbeelden (overlappende genen, translatie-re-initiatie….). Welke virussen gebruiken (ook) hun eigen polymerasen?

- 8 termen:

  • hydrogenosoom
  • commensalisme
  • cirri
  • phycobilisooom
  • streptomycine
  • syntrofie
  • ...

Examen 11 Januari 2013 namiddagEdit

- Virussen hebben slechts een klein genoom, toch kunnen ze enkele functies zelf uitvoeren. Leg uit met voorbeelden (overlappende genen, translatie-re-initiatie….). Welke virussen gebruiken (ook) hun eigen polymerasen?

- Bespreek resistentie tegen antibiotica, hoe ziet het postantibiotica tijdperk eruit?

- 8 termen:

  • hydrogenosoom
  • endotoxine
  • phycobilisooom
  • cilia/cirri
  • streptomycine
  • syntrofie
  • virion
  • ...

Examen 11 januari 2013 voormiddag Edit

- Geef de toxische vormen van zuurstof en leg de detoxificatie-methoden van micro-organismen uit.

- Bespreek zoveel mogelijk verschillende antibiotica en zeg ook waar ze op inwerken.

- 8 termen:

  • zwaveldisproportionering
  • pseudopods
  • virion
  • endotoxines
  • vancomycine
  • batch cultuur
  • hydrogenasen
  • ...

Examen 01 februari 2012: namiddagEdit

- Virussen zijn gekenmerkt door kleine genomen maar voorzien toch alle functies nodig voor hun replicatie. Verklaar aan de hand van verschillende voorbeelden. Welke virussen hebben naast gastheerpolymerasen ook eigen polymerasen-enzymen nodig in hun levenscyclus?

- Door verschillende biochemische en fotochemische processen kan zuurstof omgezet worden in toxische producten. Bespreek de detoxificatiemechanismen waarover micro-organismen beschikken.

- 8 termen:

  • Stickland-reactie
  • Chlorosoom
  • Hydrogenosoom
  • Anammoxoom
  • Azolen
  • Persistente infectie
  • Hopanoïde
  • Surfactant

Examen 23 januari 2012: namiddagEdit

- Elk jaar moeten er nieuwe middelen tegen griepvirussen ontwikkeld worden. Hoe komt dit. Geef ook extra uitleg over de Baltimore-classificatie en tot welke klasse het griepvirus hoort.

- Leg nitrificatie, denitrificatie en stikstoffixatie uit.

- 8 termen:

  • azolen
  • chlorosomen
  • rolling circle replicatie
  • fenol coëficient methode
  • ...

Examen 25 januari 2011: voormiddagEdit

- Leg uit: Nitrificatie. Benoem en geef de werking van de enzymcomplexen die hier bij nodig zijn. En geef enkele voorbeelden van organismen die aan nitrificatie doen.

- Leg metagenomics uit aan de hand van een goed gekozen voorbeeld.

- 8 termen:

  • synthetische azolen
  • sulfonamines
  • aminoglycosidasen
  • quinolasen
  • ...

Examen 18 januari 2011: namiddagEdit

- Wat is metagenomics, wat zijn de voordelen en geef een creatief voorbeeld.

- Nitrificatie, denitrificatie, stikstoffixatie. Situeer in de stikstofcyclus. Wat is de rol van zuurstof?

- Bespreek de celwand van gram+ en gram- bacteriën. Welke methoden ken je om deze te onderscheiden?

Examen 17 januari 2011: voormiddagEdit

- Zuurstof kan door verschillende chemische processen toxisch worden. Welke detoxificatie mechanismen zijn er?

- Hoe kunnen micro organismen resistentie ontwikkelen? Bespreek de verschillende mogelijkheden van resistentie. Welke middelen kunnen we gebruiken in het post antibiotica tijdperk? (wees hier creatief bij)

- Bespreek de energie winning en de reductie mechanismen bij fermentatie en fototrofe micro-organismen.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.