Wikia


Examenvragen tot 2010 zijn overgenomen van het GEOS-forum

2011Edit

1a. overeenkomsten en verschillen devoon rif en modern rif (levende organismen, interacties, omgeving)

1b. waarom nu uitgestrekte riffen en vroeger niet?

2a. waarom worden vooral bentische forams gebruikt in mondiaal paleoklimaatsonderzoek?

2b. voor wat kunnen de planktonische forams worden gebruikt in paleoklimaatsonderzoek?

2c. welke voordelen hebben gastropoden gebruik in paleoklimaatsonderzoek in tegenstelling tot bentische forams?

3. Gegeven: boring met 3 secties waarvan de microfossielenassociatie staat uitgeschreven. Gevraagd: geef de geologische geschiedenis en wat als de bentische forams geagglutineerd zijn

4. Bespreek 1 speciale techniek die gastropoden gebruiken voor predatie en geef aan hoe dat kan terug gevonden worden in fossiele associaties

5a. wat is de rol van het slottype bij bivalven

5b. welk verband is er tussen slottype en levenswijze van de bivalven

6a. tot welk phylum behoren de Lingulata

6b. hoe leefde de lingulata en hoe kunnen ze hebruikt worden om zeespiegel fluctuaties te reconstrueren

7. Hoe kan een gekende graduele extinctie abrupt lijken in een bepaalde sedimentaire associatie?

2008Edit

1.
a)bespreek de gelijkenissen en verschillen tussen bivalven en articulate brachiopoden. Bespreek daarbij zeker: de morfologie en mineralogie van de schelp, het weke organisme en hoe die samenhangt met de structuur van de kleppen en de levenspositie, levenwijze en nog wa shit.

b) De articulata waren de belangrijkste vertegenwoordigers in het Paleozoïcum (bloeiperiode dan) en de bivalven namen deze positie over nadien en de articulata zijn nu veel minder aanwezig en de bivalven wel. Waarom deze shift?

2.
a) [bijzonder stomme en vreemde vraagstelling op het examen maar het kwam hier op neer] Bespreek de verschillende rifbouwers in en manier van opbouwen van Carbonaatplatformen (carbonate buildups) van het Cambrium tot nu.

b) Kwam hier op neer: Bespreek het verschil tussen paleozoïsche koralen en moderne koralen en bespreek wat ze in riffen als functie hebben.

c) Als de globale temperatuursstijging in de tropen en subtropen zoals die wordt voorgesteld door het IPCC blijft aanhouden, wat voor effect heeft dit op het voorkomen van en de verdeling van de koraalriffen? Leg uit waarom.

3.
a) Bespreek het Signor-Lipps effect en verduidelijk aan de hand van een voorbeeld (bijvoorbeeld ammonieten aan het eind van het Krijt).
b) Waarom is dit effect minder belangrijk bij foraminifera bij de krijt/paleogeen massaextinctie?

4.
Superuitgebreide vraag waarbij je 2 theoretische lithologische kolommen gekregen had (van Devoon tot Eoceen) met verschillende stratotypes, gedetailleerde beschrijving van erosie-fenomenen, mineralogische samenstelling, facies .... en overal ook de fossieleninhoud bij. In de meeste gevallen werd gewoon verwezen met nummertjes bij de fossielen inhoud. Deze nummertjes kwamen dan overeen met fototjes (stuk of 10) en ge moest dan

a) De fossielen op die foto's zo accuraat mogelijk benoemen en zeggen in welk milieu ze voorkomen.

b) Een algemeen beeld scheppen van de geologische geschiedenis en processen zichtbaar in die lithologische kolom, zowel op lokale als op regionale schaal. Argumenteer me de fossieleninhoud en de info bij de lithologische kolom.