Wikia


Examenvragen tot 2011 zijn overgenomen van het GEOS-forum

2015 (1) Edit

1) Het ontstaan van zandbanken (dat deel met Dover Strait van ondiep mariene shelf)

2) Alle afzettingsmilieus geven waar gekruiste gelaagdheid met duidelijk fore- en bottomsets en met H=0.3-1m kan voorkomen + hiërarchisch schema opstellen om te achterhalen in welk milieu de foresets zijn afgezet.

3) Verschil classificatie van kalksteen en zandsteen + waarom kalksteen beter voor facies analyse.

4) Tien woordjes (zoals vorige jaren)

2015 (2) Edit

1) Eerst 10 woordjes (spreite, alluviale fan reservoir, dripstone cement, adhesierippel, seif duin, convolute laminatie, muddrape, beach rocks, epilimnion, avulsie)

2) De drie delta soorten uitleggen, dan een tabel maken en waarin je ze vergelijkt op basis van oliehoudende eigenschappen (rservoircapaciteit, seal en source). Dan een typische doorsnede geven van één van de soorten (naar keuze) waarop zowel progradatie als aggradatie aanwezig is. Dan zeggen wat de oorzaken van progradatie en aggradatie kunnen zijn. Waarom zijn delta's die net over de slope nog betere reservoirs?

3) Bij een meer: interflow, overflow en underflow, zeggen wat ze zijn, welke sedimenten ze geven, wanneer deze sedimenten worden afgezet en welke daarvan paleoklimatologisch interessant zijn.

4) Bij een shelf zijn er hydraulische regimes: geef de drie en geef welke drie soorten shelven er zijn in functie van de tijd.

2015 (3) Edit

1) Relatie korrelgrootte porositeit, permeabiliteit, sortering.. invloed secundaire porositeit, hoe te zien in zandstenen, stylolieten en fractures en hoe die dat beïnvloeden.

2) Verschil tussen carbonate ramp, shelf en platform.

3) Diepzeeturbidieten, wanneer die gevormd worden (laagwater hoogwater of overgangen...)

4) Tien termen.

2012 maandag namiddagEdit

1. woordjes:faciesanalyse, seifduin, backflowrippel, seiche, syneresis, lag deposit, sieve, meniscus cement, avulsie

2. Gekruisde gelaagdheden van kwarstzanden met duidelijke foresets en bottemsets en een hoogte van 0,3 tot 1 meter komen in een grote verscheidenheid van sedimentaire milieu's voor. A. In welke sedimentaire milieu's komen ze allemaal voor? B. Maak een hiërarchische ordening om ze van elkaar te scheiden.

3. In meren is er underflow, overflow en interflow. A. Leg uit hoe ze ontstaan en welk sedimentatiepatroon je krijgt. B. kan er in meren ook lacustriene turbidieten optreden? verklaar waarom

4. Bespreek het lateraal en verticale profiel van een 'pointbar'. Hoe verschilt deze met een crevassesplay afzetting?

2012 vrijdagEdit

Woordjes:
Spreite, convolute laminatie, white smockers, seif duin, mud drape, adhesie rippel, syneresis (en nog drie duidelijke)

Vraag 1) Storm vs turbidiet. Waarom is turbudiet goed voor gas en wat is het probleem bij deze als we er olie aan onttrekken

Vraag 2) geef diagram diepte porositeit van een klei, zandsteen met aragoniet schelpen, kalksteen die grainstone wordt, mica/arkose zandsteen met secondaire porostiteit ( en nog eentje ma die weet ik nie meer). Verklaar de permeabiliteit en porostiteit. Bepaal voor een wat er zou gebeuren als er 3000 m diepte gefractureerd wordt, kies welke.

vraag3) paleoklimaten

2011Edit

1. termen:
phi-schaal (+ berekening), barchaan duin, convolute laminae (+ een mooie tekening), debrisflow, reactivatie oppervlak, dripstone cement, lag deposits, ..

2. a. Klassificatie van kalkstenen en zandstenen kort bespreken
c (ja c). Zeggen waarom ge beter aan de hand van kalkstenen het afzettingsmilieu kunt afleiden
c. Mineralogie van CaCO3 en wat ge daaraan kunt afleiden in verband met afzettingsmilieu

3. Onderzoek van paleoklimaat in Europa. Welke afzettingen geschikt? Hoe ga je te werk?

Bijvraag: (varven) Hoe dat ge een meer kunt vinden die genoeg sediment heeft verzameld dat heel het Kwartair beslaat. Antwoord: Seismiek
!Vergeet diepzeesedimenten niet (zoals ik)!

4.Vergelijk middle-fan turbidiet met stormafzetting.

2010Edit

1) Tien woordjes
- stromatolieten
- dish and pillar
- flute marks
- oncoliet
- barchaan
- CCD
- palimpsest sediment
- areniet
- metalimnion
- ...

2)
- Geef enkele factoren die sedimentatie en transport op ondiepe siliciklastische shelfs beïnvloeden.
- Bespreek de classificatie van de shelfs.

3)
- Bespreek evolutie en werking van afzettingen van meanderende rivieren aan de hand van een verticale en een laterale sectie.
- Geef een toepassing waarbij een sedimentkern uit de aluviale vlakte van een meanderrivier van groot belang is. (Twee vb.: voor olie-prospectie en anders ook voor paleoklimaatstudie --> C14 methode op organisch materiaal)

4) Je kreeg hier 4 figuren die telkens bestonden uit afzettingen met een zekere sequentie, je moest die dus geven en benoemen. Daarna ook het afzettingsmilieu bespreken en argumenteren.

Heel beknopt zag je het volgende om een idee te geven(veel meer geven dan dit natuurlijk!!!)
a) Was Bouma sequentie van turbidieten --> shelf environment
b) luchtfoto van alluviale fan (proximaal --> distaal en alle afzettingen)
c) varven --> meerafz.
d) grote cross-beddings (dus foreset, reactivatie en truncatie-opp. benoemen enz.) --> ganse vorming beschrijven! --> waren hier eolische large scale erg afzettingen want grote dikte en grote hoek van foresets

5) Delta's
- Bespreek classificatie
- Wat zijn argumenten om fossiel delta facies aan te duiden. Bespreek ook de verschillende submilieus
- Welke van de drie delta-types is beste voor olie-opslag en waarom? (Was fluviaal wegens lateraal verbreiding door avulsie, andere twee teveel herwerkt)

2009Edit

1. 10 woordjes: seif, spreite, sieve, erg, facies analyse, seiche, meniscus cement, syneresis, backflow rippel, avulsie (woordjes januari 2007)

2. Gekruisde gelaagdheden van kwarstzanden met duidelijke foresets en bottemsets en een hoogte van 0,3 tot 1 meter komen in een grote verscheidenheid van sedimentaire milieu's voor. A. Leg het mechanisme achter deze gekruisde laminaties uit. B. In welke sedimentaire milieu's komen ze allemaal voor? C. Maak een hiërarchische ordening om ze van elkaar te scheiden.

3. In meren is er underflow, overflow en interflow. Leg uit hoe ze ontstaan en welk sedimentatiepatroon je krijgt.

4. A. Bespreek de classificatie van delta's en onder welke van deze condities krijg je de beste olie en gasreservoirs? B. In het artikel van Dreesen wordt besproken hoe de delta van het kempisch plateau is geëvolueerd. Leg uit en bespreek welke argumenten de auteurs gebruiken om tot deze conclusies te komen.

Dit jaar uitzonderlijk schriftelijk, volgend jaar mondeling. + practicumexamen in de namiddag

Practicumexamen: 5 slijpplaatjes van carbonaatgesteenten, 2 stenen, 2 zware mineralen herkennen.

2008Edit

1)10 woordjes:
spreite
syneresis
convoluted laminae
seif duin
belang van alluviale fans voor reservoirgesteenten
adhesion ripple
arkose
styloliet
dish and pillarstructuren
diagenese

2) teken diepte-porositeits diagram voor zowel een kalksteen bioclastic wackestone, een duinzand en een kleirijk esteente.
+ secundaire porositeit

3)hoe zit het met moedergesteente, reservoir en seal in elk van de deltasystemen. waarom is elke delta een goed systeem (zeker met prograderende delta's) en wat is het verband nog met andere afzettingsvormen in het milieu

4)afzettingsmilieu bepalen van een onbepaalde zandafzetting. Met welke parameters en welke is de belangrijkste?
+wat betekend het als je een silcrete tegenkomt

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.